Bovenste extremiteit
Derde dorsale interosseus
Musculus interosseus dorsalis III manus
- Origo
- Aangrenzende zijden van het 3e en 4e middenhandsbeentje (bipennaat)
- Insertie
- Ulnaire zijde van de basis van de proximale falanx van de middelvinger, met uitloop in de extensorhood
- Functie
- Abductie van de middelvinger naar ulnair (richting pink)
- Innervatie
- Nervus ulnaris, diepe (motorische) tak
- Beweging & keten
- Vormt met de tweede dorsale interosseus het spreidmechanisme van de middelvinger naar beide kanten, functioneel bij het spreiden van de vingers.
- Palpatie
- Palpabel in de 3e intermetacarpale ruimte op de handrug bij abductie van de middelvinger naar ulnair.
- Klinisch
- Abducteert de middelvinger naar ulnair; spieratrofie in de intermetacarpale ruimten is een klassiek teken van ALS of ulnaris neuropathie.
- Segmentale innervatie
- N. ulnaris, C8–Th1.
- In de zorgpraktijk
- Aandacht voor handfunctie en oedeempreventie; bij infuusprikken en spalken zorgen dat vingers en duim in functionele stand blijven ter voorkoming van contracturen.
- Regio in het model
- Bovenste extremiteit