Bovenste extremiteit
Sleutelbeenspier
Musculus subclavius
- Origo
- Eerste rib en het aangrenzende costale kraakbeen
- Insertie
- Onderzijde van de clavicula (middelste derde)
- Functie
- Stabiliseert en trekt de clavicula licht naar beneden; beschermt de onderliggende vaat-zenuwbundel (plexus brachialis, a./v. subclavia)
- Innervatie
- Nervus subclavius (C5–C6)
- Beweging & keten
- Speelt een beperkte rol bij depressie van de clavicula en stabilisatie van het sternoclaviculaire gewricht tijdens armbewegingen.
- Palpatie
- Ligt diep onder de clavicula tussen de eerste rib en het sleutelbeen; indirect palpabel door net onder de clavicula naar craniomediaal te drukken.
- Klinisch
- Beschermt de vasa subclavia en plexus brachialis bij een claviculafractuur; hypertrofie kan bijdragen aan thoracic outlet syndroom (TOS).
- Segmentale innervatie
- C5–C6.
- In de zorgpraktijk
- Anatomisch oriëntatiepunt bij subclaviale vaatpunctie en centrale lijnplaatsing, waarbij de spier en het onderliggende ligamentum costoclaviculare de vaat-zenuwbundel mede beschermen.
- Regio in het model
- Bovenste extremiteit