Hoofd- en halsspieren (kauw-, mimische en keelspieren)
Sternocleidomastoïde spier
Musculus sternocleidomastoideus
- Origo
- Manubrium sterni (caput sternale) en het mediale derde deel van de clavicula (caput claviculare)
- Insertie
- Processus mastoideus en het laterale deel van de linea nuchalis superior van het os occipitale
- Functie
- Bij eenzijdige contractie: lateroflexie van het hoofd naar dezelfde kant met rotatie naar de tegenoverliggende kant; bij tweezijdige contractie: flexie van de nek en extensie van het hoofd in de bovenste nekgewrichten, en hulpademhalingsspier
- Innervatie
- Nervus accessorius (N. XI) motorisch, met proprioceptieve bijdrage van de plexus cervicalis (C2–C3)
- Beweging & keten
- Werkt samen met de contralaterale scaleni en de diepe nekflexoren bij hoofdrotatie en -flexie; als hulpademhalingsspier actief bij inspanning of dyspneu.
- Palpatie
- Duidelijk zichtbaar en te palperen van mastoïd tot sternoclaviculair gewricht wanneer het hoofd tegen weerstand wordt geroteerd en gebogen.
- Klinisch
- Congenitale verkorting (torticollis musculaire) geeft een karakteristieke scheve hoofdhouding bij zuigelingen; myofasciale triggerpoints hier kunnen hoofdpijn en duizeligheid uitlokken.
- Segmentale innervatie
- Motorisch via N. accessorius (XI); sensibele/proprioceptieve innervatie via C2–C3.
- In de zorgpraktijk
- Vormt een belangrijk oriëntatiepunt bij lichamelijk onderzoek van de hals (o.a. beoordelen halsvenendruk) en bij het aanprikken van de vena jugularis interna.
- Regio in het model
- Hoofd- en halsspieren (kauw-, mimische en keelspieren)