Bovenste extremiteit
Sternoclaviculair gewrichtscomplex (Ligamenten, kapsel en discus van het SC-gewricht)
Articulatio sternoclavicularis (Ligamenta, capsula et discus)
- Origo
- Extremitas sternalis van de clavicula
- Insertie
- Incisura clavicularis van het manubrium sterni en het kraakbeen van de eerste rib (Costa I); omvat lig. sternoclaviculare anterius/posterius, lig. interclaviculare, lig. costoclaviculare (Rhomboid ligament) en een complete fibrocartilagineuze discus articularis
- Functie
- De ENIGE benige gewrichtsverbinding tussen de gehele bovenste extremiteit en het axiale skelet; de sterke discus verdeelt het gewricht in twee kamers en voorkomt mediale verplaatsing van de clavicula; lig. costoclaviculare fungeert als het mechanische draaipunt (fulcrum) voor alle schouderbewegingen
- Innervatie
- Nervus supraclavicularis medialis (plexus cervicalis C3–C4) en nervus subclavius (C5–C6)
- Beweging & keten
- Elevatie/depressie (ca. 45°/10°), protractie/retractie (ca. 15°-30°) en axiale rotatie (ca. 30°-45°)
- Palpatie
- Direct voelbaar mediaal aan de basis van de hals naast de incisura jugularis
- Klinisch
- SC-luxatie (posterieure luxatie is een medische spoedsituatie wegens gevaar voor compressie van de a. subclavia, v. brachiocephalica, trachea of oesophagus); sternoclaviculaire artrose; syndroom van Tietze.
- Segmentale innervatie
- C3–C6
- In de zorgpraktijk
- Inspectie van de SC-gewrichtscontour bij trauma, mobilisatie van de clavicula in alle richtingen en controle van de thoraxinlet
- Regio in het model
- Bovenste extremiteit