Bovenste extremiteit
Gewrichtskraakbeen van de schouder en schoudergordel (Humeruskop, Glenoid, AC & SC)
Cartilagines articulares cinguli pectoralis et humeri
- Origo
- Hyalien kraakbeen op de bolle humeruskop (dikker in het centrum, tot 4 mm), de cavitas glenoidalis van de scapula (dikker aan de periferie), het AC- en SC-gewricht
- Insertie
- Articulerende oppervlakken van het glenohumerale, acromioclaviculaire en sternoclaviculaire gewricht
- Functie
- Verzekert een vrijwel wrijvingsloze scharniering en schokabsorptie in het kogelgewricht van de schouder en de schoudergordelverbindingen
- Innervatie
- Avasculair en aneuraal; gevoed via diffusie vanuit de synoviale vloeistof
- Beweging & keten
- Maakt 3D circumductie, abductie, adductie, anteflexie, retroflexie en rotaties mogelijk
- Palpatie
- Niet direct palpabel
- Klinisch
- Glenohumerale artrose (omartrose) met gewrichtsspleetversmalling en subchondrale sclerose; kraakbeendefecten na recidiverende schouderluxaties; schouderprothesiologie (anatomische of omgekeerde / reversed schouderprothese).
- Segmentale innervatie
- C5–C6
- In de zorgpraktijk
- Fysiotherapie bij omartrose gericht op spierkrachtbehoud, mobiliteit en pre- en postoperatieve revalidatie bij schouderarthroplastiek
- Regio in het model
- Bovenste extremiteit