Bovenste extremiteit
Voorste getande spier
Musculus serratus anterior
- Origo
- Buitenvlak van de eerste negen ribben, in een getand patroon
- Insertie
- Mediale rand van de scapula, aan de voorzijde (costale vlak)
- Functie
- Protraheert de scapula en roteert deze naar boven; houdt de scapula tegen de thoraxwand
- Innervatie
- Nervus thoracicus longus (C5–C7)
- Beweging & keten
- Onmisbaar bij het naar voren duwen van de arm (bijv. stompen, duwen) en bij het boven schouderhoogte heffen van de arm, waarbij hij samen met de trapezius de scapula opwaarts roteert.
- Palpatie
- Onder de oksel, langs de laterale thoraxwand, goed te voelen als de arm tegen weerstand naar voren wordt geduwd (bijv. tegen een muur).
- Klinisch
- Uitval van de n. thoracicus longus geeft een scapula alata ("gevleugelde schouderblad"), vooral zichtbaar bij naar voren reiken of duwen tegen een muur.
- Segmentale innervatie
- N. thoracicus longus, C5–C7.
- In de zorgpraktijk
- Belangrijk aandachtspunt bij scapulaire stabiliteitstraining (bijv. push-up plus) en bij het beoordelen van scapulaire dyskinesie tijdens lichamelijk onderzoek.
- Regio in het model
- Bovenste extremiteit