Bovenste extremiteit
Kleine borstspier
Musculus pectoralis minor
- Origo
- Buitenvlak van de ribben 3–5 (soms 2–4), nabij de costale kraakbeenovergang
- Insertie
- Processus coracoideus van de scapula
- Functie
- Trekt de scapula naar voren en beneden (protractie/depressie); hulpademhalingsspier bij een gefixeerde schoudergordel
- Innervatie
- Nervus pectoralis medialis (C8–T1)
- Beweging & keten
- Kantelt de scapula anterieur en kan bij verkorting het scapulothoracale ritme verstoren, wat leidt tot een verminderde subacromiale ruimte tijdens armelevatie
- Palpatie
- Diep onder de m. pectoralis major te voelen door met gebogen vingers onder de laterale rand van de spier te drukken, net mediaal van de processus coracoideus
- Klinisch
- Verkorting/hypertonie van deze spier is een veelvoorkomende oorzaak van thoracic outlet syndroom door compressie van de plexus brachialis en a. subclavia onder de pees door
- Segmentale innervatie
- Myotoom C8–T1.
- In de zorgpraktijk
- Belangrijk aandachtspunt bij houdingscorrectie en rekoefeningen ter preventie en behandeling van thoracic outlet syndroom en een anterieure schouderhouding.
- Regio in het model
- Bovenste extremiteit