Bovenste extremiteit
Middenhandsbeentjes en vingerkootjes
Ossa metacarpi et phalanges manus
- Origo
- 5 middenhandsbeentjes (metacarpalia I–V) en 14 vingerkootjes (falangen: proximaal, mediaal, distaal)
- Insertie
- Aanhechting voor mm. interossei (dorsales/palmares), mm. lumbricales en de lange flexor- en extensorpezen
- Functie
- Vormen het skelet van de handpalm en de vingers; maken fijne motoriek, grijpen en opposisie van de duim mogelijk
- Innervatie
- N. medianus (duim en vingers I–III) en n. ulnaris (vingers IV–V en intrinsieke spieren)
- Beweging & keten
- Flexie, extensie, abductie, adductie en oppositie in de duim- en vingergewrichten (MCP, PIP, DIP)
- Palpatie
- Volledig onderhuids voelbaar aan de dorsale zijde van de hand en langs alle vingers
- Klinisch
- Boxers fracture (fractuur van het collum van metacarpale V); Bennett-fractuur van de duimbasis; mallet finger (afgescheurde strekpees aan distale falax); dupuytren-contractuur
- Segmentale innervatie
- C6–Th1
- In de zorgpraktijk
- Essentieel bij handtherapie, spalkbehandeling en beoordeling van handfunctie
- Regio in het model
- Bovenste extremiteit