Hoofd- en halsspieren (kauw-, mimische en keelspieren)
Schouderbladtongbeenspier
Musculus omohyoideus
- Origo
- Bovenrand van de scapula, nabij de incisura scapulae (onderste buik)
- Insertie
- Onderrand van het corpus van het os hyoideum (bovenste buik), via een tussenpees verbonden met de onderste buik
- Functie
- Depressie en stabilisatie van het os hyoideum, met name tijdens spreken en slikken
- Innervatie
- Ansa cervicalis (C1–C3)
- Beweging & keten
- Onderdeel van de infrahyoïdale ('strap') spiergroep; fixeert het hyoid zodat de suprahyoïdale spieren effectief op de mandibula kunnen inwerken bij mondopening.
- Palpatie
- De bovenste buik is soms zichtbaar als een schuine band lateraal in de hals bij actieve halsbewegingen bij slanke personen.
- Klinisch
- Landmark in de halsanatomie (verdeelt de laterale halsdriehoek in een boven- en ondergedeelte); relevant bij halschirurgie.
- Segmentale innervatie
- C1–C3 via ansa cervicalis, motorisch.
- In de zorgpraktijk
- Wordt tijdens halsdissecties gebruikt als chirurgisch oriëntatiepunt om het niveau van de vena jugularis interna en de omgevende lymfeklierstations te bepalen.
- Regio in het model
- Hoofd- en halsspieren (kauw-, mimische en keelspieren)