Hoofd- en halsspieren (kauw-, mimische en keelspieren)
Occipitalisspier (achterhoofdspier)
Musculus occipitalis (venter occipitalis van de m. occipitofrontalis)
- Origo
- Linea nuchae suprema van het os occipitale en het mastoïdale deel van het os temporale
- Insertie
- Galea aponeurotica (epicraniale aponeurose)
- Functie
- Trekt de hoofdhuid en de galea aponeurotica naar achteren; werkt samen met de m. frontalis om de hoofdhuid te bewegen
- Innervatie
- Ramus auricularis posterior van de N. facialis (N. VII)
- Beweging & keten
- Trekt de galea aponeurotica en daarmee de hoofdhuid naar achteren; werkt samen met de m. frontalis in de mimische beweging van de scalp.
- Palpatie
- Moeilijk te isoleren van de omliggende nekmusculatuur, maar globaal te voelen ter hoogte van de linea nuchae suprema wanneer de hoofdhuid actief naar achteren wordt getrokken.
- Klinisch
- Ligt dicht bij het verloop van de n. occipitalis major, die in dit gebied door de spier en de nekfascie omhoog treedt en betrokken kan zijn bij occipitale neuralgie of cervicogene hoofdpijn.
- Segmentale innervatie
- N. VII, motorisch (hersenzenuw, geen spinaal segment).
- In de zorgpraktijk
- De linea nuchae suprema, de origo van deze spier, dient als landmark bij het lokaliseren van de n. occipitalis major voor een occipitale zenuwblokkade.
- Regio in het model
- Hoofd- en halsspieren (kauw-, mimische en keelspieren)