Bovenste extremiteit
Bovenschouderbladzenuw (Nervus suprascapularis)
Nervus suprascapularis
- Origo
- Ontspringt uit de truncus superior van de plexus brachialis (C5–C6)
- Insertie
- Loopt door de incisura scapulae onder het ligamentum transversum scapulae superius door naar de fossa supraspinata en vervolgens rond de spina scapulae naar de fossa infraspinata
- Functie
- Motorisch: m. supraspinatus (initiële abductie 0–15°) en m. infraspinatus (krachtige exorotatie van de humerus); Sensibel: kapsel en ligamenten van het schouder- en acromioclaviculaire gewricht
- Innervatie
- Overwegend motorisch met belangrijke proprioceptieve en nociceptieve vezels naar het schoudergewricht
- Beweging & keten
- Draagt bij aan de rotatormanchetstabiliteit en exorotatie van de arm
- Palpatie
- Drukpijn testbaar bij compressie in de incisura scapulae nabij de trapeziusrand
- Klinisch
- Suprascapulaire neuropathie (beknelling door ganglioncyste bij het labrum glenoidale of door tractie bij volleyballers/werpers); uitval veroorzaakt atrofie van supraspinatus/infraspinatus en zwakte bij exorotatie
- Segmentale innervatie
- Spinale wortels C5, C6
- In de zorgpraktijk
- Echogeleide suprascapularis-zenuwblokkade voor effectieve perioperatieve en chronische schouderpijnbestrijding (frozen shoulder, artrose)
- Regio in het model
- Bovenste extremiteit