Bovenste extremiteit
Kapsels, collaterale banden en volaire platen van vingers en duim (MCP, PIP, DIP)
Capsulae, ligamenta collateralia et palmaria digitorum manus (MCP, PIP, DIP)
- Origo
- Kopjes van de metacarpalia en proximale/middelste falangen van vingers I–V
- Insertie
- Bases van de aangrenzende falangen en de fibreuze volaire platen (ligamenta palmaria / fibrocartilago palmaris)
- Functie
- MCP collaterale banden zijn excentrisch bevestigd (ontspannen in extensie voor vingerabductie/spreiden, strak aangespannen in 90° flexie voor stabiele greep); volaire platen voorkomen hyperextensie van PIP en DIP; UCL van de duim stabiliseert de pinch grip
- Innervatie
- Nervus medianus (vingers I–III) en nervus ulnaris (vingers IV–V en duim UCL)
- Beweging & keten
- Vingerflexie en -extensie; abductie/adductie in MCP in extensiestand
- Palpatie
- Collaterale banden en gewrichtsspleten zijn direct onderhuids palpabel aan de zijkanten van alle vingergewrichten
- Klinisch
- Skiërsduim / Gamekeeper's thumb (ruptuur van het ulnair collateraal ligament - UCL van MCP I, vaak met Stener-laesie); volaire plaatavulsie (coach's finger bij bal op de vingertop); zwanenhalsdeformatie (PIP hyperextensie door volaire plaatruptuur) en Boutonnière deformatie.
- Segmentale innervatie
- C7–Th1
- In de zorgpraktijk
- Valgus-stresstest van MCP I (skiërsduim), buddy taping van vingers, spalken in intrinsic plus positie ter preventie van MCP-contracturen
- Regio in het model
- Bovenste extremiteit