Bovenste extremiteit
Schouderbladheffer
Musculus levator scapulae
- Origo
- Processus transversi van C1–C4
- Insertie
- Angulus superior van de scapula
- Functie
- Elevatie van de scapula; helpt bij lateroflexie van de nek naar dezelfde zijde
- Innervatie
- Nervus dorsalis scapulae (C4–C5) en directe takken van de cervicale plexus (C3–C4)
- Beweging & keten
- Werkt samen met de bovenste vezels van de m. trapezius bij scapula-elevatie; bij een gefixeerde scapula buigt de spier de nek zijwaarts en licht naar dezelfde kant.
- Palpatie
- Goed te voelen aan de bovenrand van de scapula net onder de nek, vaak gevoelig bij mensen met chronische nek-schouderspanning.
- Klinisch
- Klassieke locatie van spanningsklachten en triggerpoints bij bureauwerk ('stijve nek'); ook vaak betrokken bij de zogenoemde 'texting neck'.
- Segmentale innervatie
- N. dorsalis scapulae C4–C5; C3–C4 via de cervicale plexus.
- In de zorgpraktijk
- Veelgebruikte plek voor triggerpoint-behandeling en dry needling bij nek-schouderklachten.
- Regio in het model
- Bovenste extremiteit