Romp (thorax, abdomen, rug)
Inwendige tussenribspieren
Musculi intercostales interni
- Origo
- Onderrand van een rib (1e t/m 11e), binnenzijde
- Insertie
- Bovenrand van de eronder gelegen rib
- Functie
- Depressie van de ribben, met name actief bij geforceerde expiratie
- Innervatie
- Nn. intercostales (T1–T11)
- Beweging & keten
- Vezels lopen kruislings ten opzichte van de externe intercostalen (craniomediaal naar caudolateraal); actief bij hoesten, persen en zingen/blazen.
- Palpatie
- In de intercostale ruimten tussen de ribben te palperen, vooral lateraal op de thorax; met de hand niet goed te onderscheiden van de externe intercostalen.
- Klinisch
- Net als de externe intercostalen gevoelig voor verrekking bij hoesten of thoracaal trauma; pijn bij ribfracturen wordt mede door deze spieren opgewekt.
- Segmentale innervatie
- Th1–Th11, corresponderend met de bijbehorende ribniveaus.
- In de zorgpraktijk
- De intercostale ruimte waarin deze spieren liggen is de anatomische toegang voor pleurapunctie en thoraxdrain-plaatsing, net boven de onderliggende rib om het neurovasculaire bundel te sparen.
- Regio in het model
- Romp (thorax, abdomen, rug)