Hoofd- en halsspieren (kauw-, mimische en keelspieren)
Onderste keelholteverenger
Musculus constrictor pharyngis inferior
- Origo
- Zijranden van het kraakbeen thyroideum en het kraakbeen cricoideum (cricofaryngeale deel)
- Insertie
- Mediane raphe pharyngis aan de achterzijde van de keelholte
- Functie
- Knijpt de onderste farynx samen tijdens het slikken; het cricofaryngeale deel fungeert als bovenste slokdarmsfincter die normaliter gesloten is en alleen tijdens het slikken relaxeert
- Innervatie
- Plexus pharyngeus (N. IX en N. X); cricofaryngeaal deel mede via de n. laryngeus recurrens
- Beweging & keten
- Werkt in een peristaltische golf samen met de middelste en bovenste constrictor om de voedselbolus richting slokdarm te stuwen.
- Palpatie
- Niet direct palpabel; vormt de diepe posterolaterale wand van de hypofarynx.
- Klinisch
- Disfunctie van de cricofaryngeale sfincter kan bijdragen aan dysfagie en is relevant bij een Zenker-divertikel (uitstulping net boven deze spier).
- Segmentale innervatie
- N. IX/N. X, motorisch via plexus pharyngeus.
- In de zorgpraktijk
- Onderste vezels vormen de m. cricopharyngeus (bovenste slokdarmsfincter); cricofaryngeale myotomie of botuline-toxine bij Zenker-divertikel.
- Regio in het model
- Hoofd- en halsspieren (kauw-, mimische en keelspieren)