Bovenste extremiteit
Vierde dorsale interosseus
Musculus interosseus dorsalis IV manus
- Origo
- Aangrenzende zijden van het 4e en 5e middenhandsbeentje (bipennaat)
- Insertie
- Ulnaire zijde van de basis van de proximale falanx van de ringvinger, met uitloop in de extensorhood
- Functie
- Abductie van de ringvinger naar ulnair (richting pink)
- Innervatie
- Nervus ulnaris, diepe (motorische) tak
- Beweging & keten
- Werkt als spreider van de ringvinger naar ulnair, samen met de overige dorsale interossei betrokken bij het uitwaaieren van de vingers.
- Palpatie
- Palpabel in de 4e intermetacarpale ruimte op de dorsale handrug tussen het 4e en 5e middenhandsbeentje bij spreiden van de ringvinger.
- Klinisch
- Abducteert de ringvinger naar ulnair; belangrijk diagnostisch referentiepunt bij distale n. ulnaris letsels.
- Segmentale innervatie
- N. ulnaris, C8–Th1.
- In de zorgpraktijk
- Aandacht voor handfunctie en oedeempreventie; bij infuusprikken en spalken zorgen dat vingers en duim in functionele stand blijven ter voorkoming van contracturen.
- Regio in het model
- Bovenste extremiteit