Corpus3D

Bovenste extremiteit

Oppervlakkige vingerbuiger (humero-ulnaire kop)

Musculus flexor digitorum superficialis (caput humeroulnare)

Origo
Mediale epicondylus van de humerus, ligamentum collaterale ulnare en processus coronoideus van de ulna
Insertie
Zijkanten van de middelste falanxen van vingers 2 t/m 5 (samen met de radiale kop)
Functie
Buigt de PIP-gewrichten van vingers 2–5; ondersteunt flexie van MCP-gewrichten en pols
Innervatie
Nervus medianus, C7–T1
Beweging & keten
Werkt onafhankelijk per vinger, in tegenstelling tot de diepe vingerbuiger die meer als geheel aanspant. Belangrijk bij gedoseerde grijpbewegingen zoals typen.
Palpatie
De pezen zijn goed te voelen aan de volaire zijde van de pols tussen de flexor carpi radialis en de flexor carpi ulnaris.
Klinisch
Samen met de radiale kop vormt deze spier de bulk van het oppervlakkige spiercompartiment; een 'jersey finger' betreft juist de diepe buiger, terwijl PIP-flexiebeperking vaker met deze spier samenhangt.
Segmentale innervatie
N. medianus, C7–T1.
In de zorgpraktijk
De functie per vinger wordt getest door de overige vingers in volledige extensie te houden en de patiënt alleen het PIP-gewricht van de te testen vinger te laten buigen; dit isoleert de oppervlakkige buiger van de diepe vingerbuiger.
Regio in het model
Bovenste extremiteit