Romp (thorax, abdomen, rug)
Uitwendige schuine buikspier
Musculus obliquus externus abdominis
- Origo
- Buitenvlakte van de 5e t/m 12e rib
- Insertie
- Crista iliaca, tuberculum pubicum en, via de aponeurose, de linea alba
- Functie
- Buiging en rotatie van de romp (naar de tegenovergestelde zijde), compressie van de buikinhoud
- Innervatie
- Nn. thoracoabdominales (T7–T11), n. subcostalis (T12), n. iliohypogastricus/ilioinguinalis (L1)
- Beweging & keten
- Werkt eenzijdig samen met de contralaterale m. obliquus internus in rotatiebewegingen van de romp; beiderzijds bij flexie en bij buikpersen samen met de rectus abdominis.
- Palpatie
- De vezels zijn goed te voelen als ze schuin naar caudomediaal lopen op de laterale buikwand, vooral tijdens een 'crunch met rotatie'.
- Klinisch
- Overbelasting bij roterende sportbewegingen (roeien, golf) kan leiden tot spierpijn of, zelden, een sporthernia in de liesregio.
- Segmentale innervatie
- Nn. thoracoabdominales en n. subcostalis, myotomen T7-T12; n. iliohypogastricus/ilioinguinalis, L1.
- In de zorgpraktijk
- Wondzorg na laparotomie/thoraxdrainage en observatie van buikwandspanning; ondersteunen van de buikwand bij hoesten ter voorkoming van wonddehiscentie.
- Regio in het model
- Romp (thorax, abdomen, rug)