Bovenste extremiteit
Strekkerkap van de ringvinger
Aponeurosis dorsalis digiti IV manus
- Origo
- Dorsale zijde van de basis van de proximale falanx van de ringvinger, waar de pees van de extensor digitorum samenkomt met de lumbricalis en de interossei
- Insertie
- Basis van de middelste en distale falanx van de ringvinger
- Functie
- Verdeelt de trekkracht van de extensor digitorum en de intrinsieke handspieren over het proximale en distale interfalangeale gewricht
- Innervatie
- Gemengd: nervus radialis (extensor digitorum) en nervus medianus/ulnaris (lumbricalis en interossei)
- Beweging & keten
- Maakt het mogelijk om het metacarpofalangeale gewricht van de ringvinger te buigen terwijl de interfalangeale gewrichten gestrekt blijven, zoals bij een precisiegreep.
- Palpatie
- Palpabel op de handrug over het MCP IV gewricht tot aan het PIP-gewricht van de ringvinger.
- Klinisch
- Verzorgt gecoördineerde vingerstrekking; avulsie van de terminale insertie leidt tot een mallet finger (hamervinger).
- Segmentale innervatie
- C7–C8 (n. radialis) & C8–Th1 (n. ulnaris)
- In de zorgpraktijk
- Aandacht voor handfunctie en oedeempreventie; bij infuusprikken en spalken zorgen dat vingers en duim in functionele stand blijven ter voorkoming van contracturen.
- Regio in het model
- Bovenste extremiteit