Corpus3D

Bovenste extremiteit

Ulnaire polsstrekker

Musculus extensor carpi ulnaris

Origo
Laterale epicondylus van de humerus (gemeenschappelijke strekkerspees) en achterrand van de ulna
Insertie
Basis van het vijfde middenhandsbeentje
Functie
Strekt de pols en beweegt deze naar ulnair
Innervatie
Nervus radialis (diepe tak/nervus interosseus posterior), C7–C8
Beweging & keten
Werkt samen met de m. extensor carpi radialis longus/brevis als antagonist van de ulnaire polsbuiger; bij gelijktijdige activatie met de flexor carpi ulnaris ontstaat pure ulnaire deviatie zonder flexie-extensiecomponent.
Palpatie
Goed te voelen distaal en ulnair op de onderarm, net proximaal van het caput ulnae, bij actieve polsextensie met ulnaire deviatie.
Klinisch
Vaak betrokken bij laterale epicondylitis (tenniselleboog) door de gedeelde oorsprong met de andere polsstrekkers.
Segmentale innervatie
Onderdeel van het C7–C8 myotoom via de diepe tak van de n. radialis; uitval hiervan past bij een letsel van deze zenuw, bijvoorbeeld bij een humerusschachtfractuur.
In de zorgpraktijk
Aandacht voor handfunctie en oedeempreventie; bij infuusprikken en spalken zorgen dat vingers en duim in functionele stand blijven ter voorkoming van contracturen.
Regio in het model
Bovenste extremiteit