Bovenste extremiteit
Lange radiale polsstrekker
Musculus extensor carpi radialis longus
- Origo
- Laterale supracondylaire richel van de humerus
- Insertie
- Basis van het tweede middenhandsbeentje
- Functie
- Strekt de pols en beweegt deze naar radiaal
- Innervatie
- Nervus radialis, C6–C7
- Beweging & keten
- Vormt samen met de extensor carpi ulnaris een koppel voor radiale deviatie; stabiliseert de pols in extensie tijdens krachtige grijpbewegingen van de vingers.
- Palpatie
- Te voelen aan de radiale zijde van de proximale onderarm, net distaal van de laterale epicondylus, bij polsextensie met radiale deviatie tegen weerstand.
- Klinisch
- Samen met de extensor carpi radialis brevis betrokken bij tenniselleboog-klachten.
- Segmentale innervatie
- Onderdeel van het C6–C7 myotoom; als enige polsstrekker rechtstreeks door de n. radialis (vóór de opsplitsing in de diepe tak) geïnnerveerd, waardoor hij relatief gespaard kan blijven bij een posterieure-interosseus-laesie.
- In de zorgpraktijk
- Aandacht voor handfunctie en oedeempreventie; bij infuusprikken en spalken zorgen dat vingers en duim in functionele stand blijven ter voorkoming van contracturen.
- Regio in het model
- Bovenste extremiteit