Bovenste extremiteit
Korte radiale polsstrekker
Musculus extensor carpi radialis brevis
- Origo
- Laterale epicondylus van de humerus (gemeenschappelijke strekkerspees)
- Insertie
- Basis van het derde middenhandsbeentje
- Functie
- Strekt de pols en stabiliseert deze bij vingerbewegingen
- Innervatie
- Nervus radialis (diepe tak/nervus interosseus posterior), C7–C8
- Beweging & keten
- Werkt samen met de extensor carpi radialis longus en ulnaris om de pols in extensie te stabiliseren, wat een vaste basis geeft voor krachtige vingerflexie (bijvoorbeeld bij het dichtknijpen van de hand).
- Palpatie
- Iets dieper en distaler dan de extensor carpi radialis longus, moeilijker apart te onderscheiden op de proximale onderarm.
- Klinisch
- Deze spier is de meest voorkomende bron van klachten bij laterale epicondylitis (tenniselleboog), door herhaalde excentrische belasting vanaf de laterale epicondylus.
- Segmentale innervatie
- Onderdeel van het C7–C8 myotoom via de diepe tak van de n. radialis.
- In de zorgpraktijk
- Aandacht voor handfunctie en oedeempreventie; bij infuusprikken en spalken zorgen dat vingers en duim in functionele stand blijven ter voorkoming van contracturen.
- Regio in het model
- Bovenste extremiteit