Romp (thorax, abdomen, rug)
Fascia endothoracica
Fascia endothoracica
- Origo
- Dunne bindweefsellaag tussen de pleura parietalis en de binnenzijde van de thoraxwand (ribben, intercostaalspieren, wervelkolom en diafragma)
- Insertie
- Continueert craniaal in de membrana suprapleuralis (fascie van Sibson) en caudaal in de fascie van het diafragma
- Functie
- Maakt glijden van de pleura parietalis ten opzichte van de thoraxwand mogelijk en vormt het vlak waarlangs de pleura chirurgisch stomp van de thoraxwand kan worden losgeprepareerd
- Innervatie
- Geen eigen motorische innervatie; sensibel via de intercostaalzenuwen
- Beweging & keten
- Verbindt de pariëtale pleura elastisch met de benige thoraxwand tijdens uitzetting en inkrimping van de borstkas bij de ademhaling.
- Palpatie
- Bekleedt de binnenzijde van de benige borstkas en de intercostaalspieren; niet direct palpabel.
- Klinisch
- Vormt het natuurlijke splijtvlak (extrapleurale vlak) bij thoracotomieën en longchirurgie; scheidt de pariëtale pleura van de thoraxwand.
- Segmentale innervatie
- Th1–Th12 (nn. intercostales)
- In de zorgpraktijk
- Ergonomisch verplaatsen (log-roll techniek bij wervelkolomtrauma) en wisselligging; ondersteunen van een neutrale wervelkolomstand bij bedlegerige patiënten.
- Regio in het model
- Romp (thorax, abdomen, rug)