Hoofd- en halsspieren (kauw-, mimische en keelspieren)
Tussenpees van de digastricus
Tendo intermedius musculi digastrici
- Origo
- Overgang van de voorste buik van de m. digastricus
- Insertie
- Fibreuze lus (trochlea) verankerd aan het corpus/cornu minus van het os hyoideum, doorlopend naar de achterste buik
- Functie
- Fungeert als een functionele katrol die de trekrichting van de voorste en achterste buik omzet, zodat kracht op het os hyoideum wordt overgebracht in plaats van direct op de schedelbasis
- Innervatie
- Niet van toepassing: bindweefselstructuur zonder eigen contractiliteit; de aansturing verloopt via de spierbuiken aan weerszijden (N. V3 en N. VII)
- Beweging & keten
- Maakt onderdeel uit van het digastricus-hyoidmechanisme dat cruciaal is voor zowel mondopening als hyoidelevatie tijdens het slikken.
- Palpatie
- Palpabel net boven het os hyoideum aan de anterolaterale hals.
- Klinisch
- Anatomische referentie bij hals- en mondbodemchirurgie voor de ligging van het os hyoideum.
- Segmentale innervatie
- Peesstructuur (geïnnerveerd via motorische takken V3 ventraal en VII dorsaal)
- In de zorgpraktijk
- Anatomisch ankerpunt van de suprahyoïdale spieren; chirurgisch herkenningspunt voor de nervus hypoglossus.
- Regio in het model
- Hoofd- en halsspieren (kauw-, mimische en keelspieren)