Corpus3D

Bovenste extremiteit

Coracobrachialis

Musculus coracobrachialis

Origo
Processus coracoideus van de scapula
Insertie
Mediale zijde van de humerusschacht, ter hoogte van het middelste derde deel
Functie
Flecteert en adduceert de schouder
Innervatie
Nervus musculocutaneus, C5–C7
Beweging & keten
Werkt samen met de pectoralis major en de korte kop van de biceps brachii bij flexie/adductie van de arm, bijvoorbeeld bij het naar voren en naar het lichaam toe bewegen van de arm.
Palpatie
Voelbaar in de mediale wand van de oksel, mediaal van de korte kop van de biceps, bij weerstand tegen schouderflexie met de arm in adductie.
Klinisch
Een geïsoleerd letsel is zeldzaam; de spier kan wel meebeschadigd worden bij een anterieure schouderluxatie of bij tractieletsels van de plexus brachialis vanwege de nauwe anatomische relatie.
Segmentale innervatie
N. musculocutaneus doorboort de spier, wat hem een anatomisch oriëntatiepunt maakt bij benaderingen van de plexus brachialis.
In de zorgpraktijk
De processus coracoideus, de oorsprong van deze spier, is een goed palpabel botpunt dat dient als oriëntatiepunt bij een voorste benadering van de schouder en bij infraclaviculaire plexus brachialis-blokkades.
Regio in het model
Bovenste extremiteit