Bovenste extremiteit
Coracobrachialis
Musculus coracobrachialis
- Origo
- Processus coracoideus van de scapula
- Insertie
- Mediale zijde van de humerusschacht, ter hoogte van het middelste derde deel
- Functie
- Flecteert en adduceert de schouder
- Innervatie
- Nervus musculocutaneus, C5–C7
- Beweging & keten
- Werkt samen met de pectoralis major en de korte kop van de biceps brachii bij flexie/adductie van de arm, bijvoorbeeld bij het naar voren en naar het lichaam toe bewegen van de arm.
- Palpatie
- Voelbaar in de mediale wand van de oksel, mediaal van de korte kop van de biceps, bij weerstand tegen schouderflexie met de arm in adductie.
- Klinisch
- Een geïsoleerd letsel is zeldzaam; de spier kan wel meebeschadigd worden bij een anterieure schouderluxatie of bij tractieletsels van de plexus brachialis vanwege de nauwe anatomische relatie.
- Segmentale innervatie
- N. musculocutaneus doorboort de spier, wat hem een anatomisch oriëntatiepunt maakt bij benaderingen van de plexus brachialis.
- In de zorgpraktijk
- De processus coracoideus, de oorsprong van deze spier, is een goed palpabel botpunt dat dient als oriëntatiepunt bij een voorste benadering van de schouder en bij infraclaviculaire plexus brachialis-blokkades.
- Regio in het model
- Bovenste extremiteit