Bovenste extremiteit
Bicepsspier, korte kop
Musculus biceps brachii, caput breve
- Origo
- Processus coracoideus van de scapula
- Insertie
- Tuberositas radii
- Functie
- Flexie van de elleboog en supinatie van de onderarm; ondersteunt anteflexie van de schouder
- Innervatie
- Nervus musculocutaneus (C5–C6)
- Beweging & keten
- Vormt samen met de lange kop de m. biceps brachii; de korte kop is meer mediaal gelegen en werkt nauw samen met de m. coracobrachialis, waarmee hij oorsprong deelt op de processus coracoideus.
- Palpatie
- Mediaal van de lange kop aan de voorzijde van de bovenarm, samen met deze te voelen bij flexie tegen weerstand in supinatie.
- Klinisch
- Ruptuur van de korte kop is zeldzaam vergeleken met de lange kop, omdat de pees niet door de nauwe sulcus intertubercularis loopt en minder mechanisch wordt belast.
- Segmentale innervatie
- C5–C6.
- In de zorgpraktijk
- Veilige transfertechnieken zonder aan de arm te trekken (voorkomt schoudersubluxatie bij hemiplegie); inspectie van injectieplaatsen en decubituspreventie over schouderbladen.
- Regio in het model
- Bovenste extremiteit