Romp (thorax, abdomen, rug)
Anulus fibrosus van de lumbale tussenwervelschijven (L1–S1)
Anulus fibrosus disci intervertebralis (pars lumbalis)
- Origo
- 15 tot 25 concentrische lamellen van vezelig kraakbeen met kruislingse vezeloriëntatie (hoek van 30° t.o.v. horizontaal), stevig verankerd via Sharpey-vezels aan de apofyse van het bovenliggende lumbale wervellichaam
- Insertie
- Dekplaat en randlijst van het onderliggende lumbale wervellichaam of os sacrum (L5-S1)
- Functie
- Draagt en absorbeert enorme hydrostatische en axiale compressiekrachten; remt excessieve rotatie (slechts 1-2° per lumbaal segment toegestaan) en beschermt het ruggenmerg en de cauda equina
- Innervatie
- Nervus sinuvertebralis en rami communicantes van de sympathische grensstreng (rijk bezenuwd in de buitenste lamellen)
- Beweging & keten
- Vervormt bij buigen en tillen; staat posterolateraal onder maximale spanning bij gecombineerde flexie en rotatie
- Palpatie
- Niet direct palpabel
- Klinisch
- Anulusscheuren (radial/concentric tears) als oorzaak van discogene lage rugpijn; lumbale hernia nuclei pulposi (HNP L4-L5 en L5-S1) met wortelcompressie van n. ischiadicus (radiculopathie / ischias); cauda equina syndroom (spoedindicatie bij zadelanesthesie en mictiestoornissen); discitis.
- Segmentale innervatie
- L1–S1 sinuvertebraal
- In de zorgpraktijk
- Kerngebied binnen fysiotherapie en orthopedie: actieve stabiliteitstraining (core stability), McKenzie-therapie, tilinstructies en hersteltraining na microdiscectomie
- Regio in het model
- Romp (thorax, abdomen, rug)