Corpus3D

Bovenste extremiteit

Katrolsysteem van de vingers (Ringbanden A1–A5 en kruisbanden C1–C3 van de hand)

Ligamenta anularia et cruciformia digitorum manus (Pulleys A1–A5, C1–C3)

Origo
Falangen en volaire platen van de vingers I–V
Insertie
Vormen vezelige hoepels (anulaire pulleys A1, A2, A3, A4, A5) en kruisvormige banden (cruciforme pulleys C1, C2, C3) over de diepe flexorpezen
Functie
Essentieel biomechanisch katrolsysteem: A2 (op de proximale falax) en A4 (op de middenfalax) zijn de sterkste en belangrijkste pulleys die bowstringing van de flexor digitorum profunduspees voorkomen; A1 (ter hoogte van MCP) geleidt de peesentry; cruciforme pulleys zorgen voor flexibiliteit bij buigen
Innervatie
Nervus medianus en nervus ulnaris (proprioceptieve vezels)
Beweging & keten
Houdt de buigpezen strak tegen het bot bij volledige vingerflexie, waardoor maximale krachtoverbrenging en bewegingsuitslag behouden blijven
Palpatie
A1 pulley is palpabel als een drukgevoelige nodus in de distale handpalm ter hoogte van de MCP-kopjes
Klinisch
Trigger finger / hokkende vinger (stenose en verdikking van de A1 pulley met klemzitten van de flexorpeesknobbel); pulleyruptuur (A2/A4 scheur bij sportklimmers bij de 'crimp grip' met hoorbare 'pop' en bowstringing van de pees).
Segmentale innervatie
C7–Th1
In de zorgpraktijk
Conservatieve behandeling van trigger finger met spalkje of corticosteroïdinjectie bij de A1 pulley; pulley-taping en revalidatie bij klimblessures
Regio in het model
Bovenste extremiteit