Bovenste extremiteit
Duimadductor
Musculus adductor pollicis
- Origo
- Caput obliquum: os capitatum en basis van 2e/3e middenhandsbeentje; caput transversum: palmaire zijde van het 3e middenhandsbeentje
- Insertie
- Ulnaire zijde van de basis van de proximale falanx van de duim, via een sesambeentje
- Functie
- Adductie van de duim naar de handpalm toe; belangrijkste spier voor sleutelgreep (key pinch)
- Innervatie
- Nervus ulnaris, diepe (motorische) tak
- Beweging & keten
- Krachtigste thenaraanverwante spier voor de sleutelgreep tussen duim en zijkant van de wijsvinger, bijvoorbeeld bij het vasthouden van een sleutel of kaart.
- Palpatie
- Te voelen in het eerste webspatium tussen duim en wijsvinger bij het dichtknijpen van een blad papier zonder de vingertoppen te gebruiken.
- Klinisch
- Uitval geeft een positief teken van Froment: compensatoire flexie van de duim-IP door de m. flexor pollicis longus (n. medianus) bij poging tot adductie, wijzend op ulnarisletsel.
- Segmentale innervatie
- N. ulnaris, C8–Th1.
- In de zorgpraktijk
- De kracht van deze spier wordt in handfunctie-onderzoek en dynamometrie gebruikt als maat voor de sleutelgreep (key pinch), een gevoelige indicator voor ulnarisfunctie.
- Regio in het model
- Bovenste extremiteit